Wie was Roald Dahl? 

Op 13 september 1916 wordt Roald Dahl geboren als kind van Noorse ouders in Wales, Verenigd Koninkrijk. Op jonge leeftijd overleed binnen één maand zijn zusje en zijn vader. Er zat voor zijn moeder die achterbleef met vier kinderen en twee stiefkinderen niets anders op dan Roald naar de kostschool sturen.

Nadat hij op verschillende kostscholen had gezeten, wilde Roald niet verder met studeren. Hij ging aan de slag bij Shell. Toen de Tweede Wereldoorlog aanbrak, meldde hij zich aan bij de Engelse luchtmacht. Na een heftig vliegtuigongeluk kreeg hij een baan in de Verenigde Staten, waar hij met het schrijven van verhalen begon. 

Waar het allemaal begon

In 1943 schreef Roal Dahl zijn eerste kinderboek. Maar, het duurde maar liefst 18 jaar voordat het volgende kinderboek verscheen. Door zijn eigen kinderen begon hij namelijk pas weer kinderboeken te schrijven. Zijn boeken werden zowel door de Griffeljury als door de Kinderjury meerdere malen bekroond.

Ondanks dat Roald Dahl vooral bekend was om zijn kinderboeken, werd hij ook erg populair onder volwassenen. Hij schreef meer dan 25 boeken waarvan meerdere boeken zelfs werden verfilmd. Hij verkocht tijdens zijn leven meer dan 250 miljoen boeken en zijn verhalen werden in meer dan 60 talen vertaald. Maar z'n boeken worden nog steeds verkocht.

Inspiratie

Roald Dahl haalde zijn inspiratie uit eigen ervaringen. Zo ging hij in zijn kinder- en tienerjaren vaak op zomervakantie naar Noorwegen, waar zijn ouders vandaan kwamen. Deze kinderjaren werden het onderwerp voor zijn autobiografische werk 'Boy: Verhalen van Kinderjaren'. Ook zijn negatieve ervaringen op kostschool, waar hij werd geslagen door medescholieren en leraren, heeft hij later gebruikt in zijn kinderboeken. Bijvoorbeeld in 'Matilda' waar zij te maken krijgt met onaardige leraren.

'Sjakie en de Chocoladefabriek' is ook gebaseerd op zijn kostschooltijd. De kostschool ontving zo nu en dan doosjes nieuwe chocoladesoorten van de grote snoepwarenfabriekant Cadbury. De scholieren mochten hiervan proeven en deze herinnering bracht hem later op het idee voor het boek. 

Eigen en herkenbaar

De boeken van Roald Dahl hebben echt een eigen style. Zijn kinderboeken bevatten veel fantasie, zijn grappig en vaak ook een beetje griezelig. In zijn boeken zijn de goeden en de slechten makkelijk te onderscheiden. Daarnaast zijn de kinderverhalen geschreven vanuit het perspectief van het kind zelf.

Er is vaak iets met ze aan de hand: ze hebben gemene ouders of ze zijn arm. De volwassenen zijn meestal de slechteriken, maar met tenminste één goede volwassene als tegenhanger. Doordat de goeden het slim spelen, worden op het eind de slechten op verrassende en creatieve manieren toch altijd weer gestraft. En de goeden? Die worden beloond!

Een beetje kind bleef hij altijd, gelovend in de magie van het leven. Dat maakte hem ook zo geschikt als kinderboekenschrijver. En om met zijn eigen woorden te spreken: "Those who don't believe in magic, will never find it", ofwel: "Wie niet in magie gelooft zal het ook nooit vinden".